| weefsel | Verzameling cellen van eenzelfde type. |
| orgaan | Aantal weefsels die als een geheel samenwerken. |
| capillair | Haarvat. Het kleinste van de bloedvaten, waarin de uitwisseling van voedings- en afvalstoffen tussen bloed en weefsel plaatsvindt. Ieder mens heeft er ongeveer een miljard van. |
| neuron | Zenuwcel. Deze cellen hebben lange uitlopers waarlangs berichten van de ene cel naar de andere worden doorgegeven. |
| erytrocyt | Rode bloedcel. Deze cellen zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof in het bloed. |
| leukocyt | Witte bloedcel. Deze cellen zijn betrokken bij de bestrijding van ziekteverwekkers. |
| fagocyt | Soort leukocyt die buiten de bloedbaan kan treden en ziekteverwekkers opeten. |
| van Leeuwenhoek | Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723), Nederlands natuuronderzoeker. Uitvinder van de microscoop en 'vader van de microbiologie'. Hij ontdekte ondermeer de bacteriën (in tandplaque). |
| infectie | Het binnendringen van een ziekteverwekker in een organisme. |
| kinderziekte | Een ziekte die je maar één keer krijgt omdat het afweersysteem de ziekte onthoudt. |
| ziekteverwekkers | Veroorzakers van ziekte: bacteriën, virussen, giftige stoffen, parasieten. |