Normen

DOUBLEREN BEPERKT MOGELIJK

Het is niet mogelijk om twee achtereenvolgende leerjaren op dezelfde schoolsoort te doubleren, met uitzondering van de examenklas. In bijzondere omstandigheden kan de rapportvergadering, op voordracht van de mentor en de teamleider, afwijken van deze regel.

BESPREKING IN RAPPORTVERGADERING

Indien een leerling niet voldoet aan de normen, besluit de rapportvergadering of een leerling doubleert, afstroomt of alsnog bevorderd wordt.

 

OVERGANGSNORMEN VAN DE BRUGKLAS NAAR DE TWEEDE KLAS

BRUGKLAS VMBO-T

Voor het vak Nederlands moet minimaal het cijfer 5 behaald worden.

aantal onvoldoendes 0 1    2 3
Toelaten 2 VMBO T – met 12 vakken 72 74 76 78
In alle andere gevallen neemt de docentenvergadering een bindend besluit over het beste vervolg voor de leerling, waarbij dus sprake is van gerichte bevordering.

 

OVERGANGSNORMEN VAN DE TWEEDE NAAR DE DERDE KLAS

  • Het normgetal is de som der cijfers van alle vakken.
  • De algemene norm wordt per rapport bepaald op grond van de voortschrijdende gemiddeldes, afgerond op hele cijfers.
  • In de normentabellen staan de normgetallen die minstens behaald moeten worden om toegelaten te worden tot de volgende klas. Een leerling mag bij de overgang geen cijfer lager dan een 3 (drie) op het rapport hebben.
  • Indien om een geldige reden voor een vak dat wel voorkomt op de lessentabel géén rapportcijfer wordt gegeven, wordt de norm met 6 punten verlaagd.
  • Een leerling mag slechts één onvoldoende (niet lager dan een 5) voor de vakken Nederlands, Engels en Wiskunde behalen (2HV)
  • Een leerling moet minimaal een eindcijfer 5 voor Nederlands behalen (2T)
ALGEMENE NORM TWEEDE KLASSEN
Aantal onvoldoendes 0 1 2 3
2 VMBO-T: toelaten 3 VMBO-T 78 78 80 82
2 HAVO: toelaten 3 HAVO 72 72 74 76
2 Atheneum: toelaten 3 Atheneum 78 80 82 84
2 Gymnasium: toelaten 3 Gymnasium 90 92 94 96

 

OVERGANGSNORMEN VAN DE DERDE NAAR DE VIERDE KLAS

  • In de algemene norm is het normgetal de som der cijfers van alle vakken.
  • De algemene norm wordt per rapport bepaald op grond van de voortschrijdende gemiddeldes, afgerond op hele cijfers.
  • In de normentabellen staan de normgetallen die minstens behaald moeten worden om toegelaten te worden tot de volgende klas. Een leerling mag bij de overgang geen cijfer lager dan een 3 (drie) op het rapporthebben.
  • Indien om een geldige reden voor een vak dat wel voorkomt op de lessentabel géén rapportcijfer wordt gegeven, wordt de norm met 6 punten verlaagd.
  • In een keuzeklas moet een leerling zowel aan de algemene norm als aan de profielnorm voldoen.
  • Bij de profielnorm  op VMBO-T worden uitsluitend de vakken meegenomen die meetellen bij de bepaling van de uitslag van het eindexamen.
  • Een leerling mag slechts één onvoldoende (niet lager dan een 5) voor de vakken Nederlands, Engels en Wiskunde behalen (3HV)
  • Een leerling moet minimaal een eindcijfer 5 voor Nederlands behalen (3T)

 

ALGEMENE NORM  DERDE KLASSEN
Aantal onvoldoendes 0 1 2 3
3 VMBO-T: toelaten 4 VMBO-T 84 84 85 86
3 HAVO: toelaten 4 HAVO 84 86 88 90
3 Atheneum: toelaten 4 Atheneum 84 86 88 90
3 Gymnasium: toelaten 4 Gymnasium 90 92 94 96

Voor kunstvakken-1 (gemiddelde van muziek en CKV) moet de kwalificatie minimaal voldoende en voor maatschappijleer het eindcijfer 5 of hoger zijn.

 

PROFIELNORM 3 VMBO-T

Aantal vakken inclusief maatschappijleer: 7 7 7 7 7
Sectornorm:: 40 of minder 41 42 43 44 of meer
Geen onvoldoende T T T
1 vijf T T T T
2 vijven of 1 vier A T T T T
Alle andere gevallen A A A A A

A= afwijzen
T= toelaten


REGELS VOOR SLAGEN SCHOOLJAAR 2018-2019

De regels rondom het examen zijn vastgelegd in het examenreglement.

Link naar het reglement: https://sites.google.com/soml.nl/ursulahorn-trpta/examenregelement

4 VMBO-T 

  • De kandidaat is geslaagd als hij/zij
  • voor alle vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald;
  • voor het vak Nederlandse taal een 5 of meer heeft behaald;
  • voor ten hoogste één van de examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige examenvakken een 6 of hoger.
  • voor ten hoogste een van de examenvakken (niet zijnde de Nederlandse taal) het eindcijfer 4 heeft behaald en voor de overige examenvakken een 6 of hoger, waarvan tenminste één 7 of hoger.
  • voor twee van de examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, waarvan tenminste één 7 of hoger.
  • voor de vakken lichamelijke opvoeding, kunstvakken 1 en het sectorwerkstuk “voldoende” of “goed” heeft behaald;
  • gemiddeld een voldoende heeft behaald voor het centraal schriftelijk examen. Een kandidaat is gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,50.
  • heeft deelgenomen aan de rekenvaardigheidstoets. Het resultaat wordt vermeld op de cijferlijst. 

 

DOORSTROMING

Opstroom VMBO-T/HAVO/atheneum binnen de eigen school (uitgezonderd 5 HAVO naar 5 atheneum en 4 VMBO-T naar 4 HAVO)

Deze doorstroming kan plaatsvinden:

  • tot uiterlijk meteen na de kerstvakantie
  • bij de overgang.

Het gemiddelde van de rapportpunten dient een 8 of hoger te zijn; geen der vakken van de rapportlijst mag onvoldoende zijn. De kandidaat-doorstromer en/of diens ouders richten een verzoek tot de mentor; deze bespreekt dit verzoek met de vakdocenten van zijn klas en neemt daarna contact op met de leerlingcoördinator. Om geen valse verwachtingen te wekken stelt de mentor zich neutraal op ten opzichte van het verzoek; het is ook mogelijk dat de mentor of een vakdocent(e) een potentiële doorstromer signaleert; de mentor polst dan de docenten van de betreffende leerling en neemt daarna contact op met de leerlingcoördinator. De teamleider brengt het verzoek, voorzien van een advies, ter bespreking in het eerstvolgende overleg van de schoolleiding. Dit advies zal, al of niet geamendeerd, worden voorgelegd aan de gezamenlijke vakdocenten. Deze nemen een beslissing, rekening houdende met:

  • aanleg
  • werkhouding
  • motivatie (studie en prestatie).

Een beslissing op het verzoek wordt zo spoedig mogelijk door de mentor ter kennis van de ouders gebracht. 

Indien op het verzoek gunstig is beschikt, dienen de ouders een schriftelijke akkoordverklaring te overleggen, die aan de leerlingcoördinator ter hand wordt gesteld; ouders die niet akkoord wensen te gaan met de negatieve beslissing van de docentenvergadering, kunnen in beroep gaan bij de schoolleiding. Indien nieuwe argumenten worden ingebracht, is een herziening van visie en beslissing uiteraard mogelijk. Bij de doorstroming HAVO/Atheneum of ook VMBO-T/HAVO wordt, indien nodig, bijles verplicht.


Opstroom naar een hogere leerlaag gedurende het schooljaar

Indien er een schriftelijk verzoek voor opstroom van de ouders komt, dan wordt dit besproken tijdens een leerlingbespreking/rapportvergadering. De overstap is mogelijk indien de leerling een rapport heeft met een voortschrijdend gemiddelde (afgerond op hele cijfers) van 8,0. De docentenvergadering geeft daarnaast een advies. Onder gelijke voorwaarden is de overstap ook mogelijk aan het einde van het schooljaar.

 

Procedure doorstroom 4 VMBO-GT naar 4 HAVO 

Leerlingen van de (gemengde of) theoretische leerweg die eindexamen hebben gedaan in zeven theorievakken (dus met een extra theorievak in het vrije deel),  kunnen zonder voorwaarden doorstromen. 

Voor leerlingen die via de gemengde leerweg de overstap willen maken geldt de eis dat zij in zes theorievakken + het beroepsgerichte vak examen hebben gedaan. Vervolgens zal per leerling worden bekeken of een overstap naar 4 Havo haalbaar is. 

Mevr. Op den Camp (doorstroomcoach 4 vmbo-gt – 4 havo) begeleidt de leerlingen vanaf februari (als ze nog op VMBO-GT zitten) tot februari en zorgt zo voor een zachtere landing op havo 4. Vervolgens start in januari de volgende groep doorstromers en begint de cyclus opnieuw.

Er is één moment in de week met de hele groep doorstromers. Daarnaast helpt de

doorstroomcoach met:

  • studievaardigheden zoals planningen maken
  • vraagstellingen analyseren
  • meet and greet met leerlingen uit 4 en 5 havo die de overstap al eerder hebben gemaakt organiseren
";