Normen

DOUBLEREN BEPERKT MOGELIJK

Het is niet mogelijk om twee achtereenvolgende leerjaren op dezelfde schoolsoort te doubleren, met uitzondering van de examenklas. In bijzondere omstandigheden kan de rapportvergadering, op voordracht van de mentor en de teamleider, afwijken van deze regel.

BESPREKING IN RAPPORTVERGADERING

Indien een leerling niet voldoet aan de normen, besluit de rapportvergadering of een leerling doubleert, afstroomt of alsnog bevorderd wordt.

OVERGANGSNORMEN VAN DE BRUGKLAS NAAR DE TWEEDE KLAS

Bekijk de pdf-file: Verschillen 2 Atheneum – 2 Gymnasium

BRUGKLAS HAVO/VWO

In deze brugklas geldt de kernvakkenregel voor toelating tot 2 Atheneum of 2 Gymnasium:

Niet meer dan één onvoldoende (tenminste een 5) voor de vakken Nederlands, Engels en Wiskunde.

aantal onvoldoendes 0 1    2 3
Toelaten 2 Atheneum met 12 vakken 78 80 82 84
Toelaten 2 Gymnasium met 12 vakken 84 86 88
In alle andere gevallen neemt de docentenvergadering een bindend besluit over het beste vervolg voor de leerling, waarbij dus sprake is van gerichte bevordering.

*Aanvullende eis toelaten 2 gymnasium:

1. Een voldoende cijfer voor de vakken Nederlands, Engels, Frans en Wiskunde
2. Een gemiddeld cijfer van 7 of hoger voor de vakken Nederlands, Engels en Frans

 

OVERGANGSNORMEN VAN DE TWEEDE NAAR DE DERDE KLAS

  • Het normgetal is de som der cijfers van alle vakken.
  • De algemene norm wordt per rapport bepaald op grond van de voortschrijdende gemiddeldes, afgerond op hele cijfers.
  • In de normentabellen staan de normgetallen die minstens behaald moeten worden om toegelaten te worden tot de volgende klas. Een leerling mag bij de overgang geen cijfer lager dan een 3 (drie) op het rapport hebben.
  • Indien om een geldige reden voor een vak dat wel voorkomt op de lessentabel géén rapportcijfer wordt gegeven, wordt de norm met 6 punten verlaagd.
  • Een leerling mag slechts één onvoldoende (niet lager dan een 5) voor de vakken Nederlands, Engels en Wiskunde behalen (2HV)
  • Een leerling moet minimaal een eindcijfer 5 voor Nederlands behalen (2T)

 

ALGEMENE NORM TWEEDE KLASSEN
Aantal onvoldoendes 0 1 2 3
2 VMBO-T: toelaten 3 VMBO-T 78 78 80 82
2 HAVO: toelaten 3 HAVO 72 72 74 76
2 Atheneum: toelaten 3 Atheneum 78 80 82 84
2 Gymnasium: toelaten 3 Gymnasium 90 92 94 96

 

OVERGANGSNORMEN VAN DE DERDE NAAR DE VIERDE KLAS

  • In de algemene norm is het normgetal de som der cijfers van alle vakken.
  • De algemene norm wordt per rapport bepaald op grond van de voortschrijdende gemiddeldes, afgerond op hele cijfers.
  • In de normentabellen staan de normgetallen die minstens behaald moeten worden om toegelaten te worden tot de volgende klas. Een leerling mag bij de overgang geen cijfer lager dan een 3 (drie) op het rapporthebben.
  • Indien om een geldige reden voor een vak dat wel voorkomt op de lessentabel géén rapportcijfer wordt gegeven, wordt de norm met 6 punten verlaagd.
  • In een keuzeklas moet een leerling zowel aan de algemene norm als aan de profielnorm voldoen.
  • Bij de profielnorm  op VMBO-T worden uitsluitend de vakken meegenomen die meetellen bij de bepaling van de uitslag van het eindexamen.
  • Een leerling mag slechts één onvoldoende (niet lager dan een 5) voor de vakken Nederlands, Engels en Wiskunde behalen (3HV)
  • Een leerling moet minimaal een eindcijfer 5 voor Nederlands behalen (3T)

 

ALGEMENE NORM  DERDE KLASSEN
Aantal onvoldoendes 0 1 2 3
3 VMBO-T: toelaten 4 VMBO-T 84 84 85 86
3 HAVO: toelaten 4 HAVO 84 86 88 90
3 Atheneum: toelaten 4 Atheneum 84 86 88 90
3 Gymnasium: toelaten 4 Gymnasium 90 92 94 96

Voor kunstvakken-1 (gemiddelde van muziek en CKV) moet de kwalificatie minimaal voldoende en voor maatschappijleer het eindcijfer 5 of hoger zijn.

 

OVERGANGSNORMEN 4 HAVO, 4 VWO, 5 VWO.

  1. In het gehele profiel mogen maximaal twee onvoldoendes voorkomen, waarvan ten hoogste één vier en geen cijfer lager dan vier.
  2. Het gemiddelde van alle cijfers moet 6,0 of hoger zijn, behalve als er slechts één vijf op het rapport staat en géén cijfer lager dan vijf.
  3. Voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde (A, B of C) mag ten hoogste één keer het cijfer 5 gehaald worden en geen cijfer lager dan 5.
  4. Het combinatiecijfer maakt deel uit van deze regeling, niet de afzonderlijke vakken van het combinatiecijfer. Het combinatiecijfer bestaat uit de vakken maatschappijleer, levensbeschouwing, CKV (niet op het gymnasium) en het profielwerkstuk (alleen 5 vwo).
  5. De vakken die onderdeel zijn van het combinatiecijfer dienen minimaal met een vier afgesloten te zijn.

Opmerking: Alle vakken geven een cijfer als beoordeling, ook vakken die bij het eindexamen met “voldoende” of “goed” beoordeeld moeten worden.


REGELS VOOR SLAGEN SCHOOLJAAR 2018-2019

De regels rondom het examen zijn vastgelegd in het examenreglement.

Link naar het reglement: https://sites.google.com/soml.nl/ursulahorn-trpta/examenregelement

6 VWO

  • voor alle vakken het eindcijfer 6 of hoger heeft behaald;
  • voor ten hoogste één van de examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor de overige examenvakken een 6 of hoger.
  • voor maximaal twee van de examenvakken – niet zijnde Nederlands, Engels en Wiskunde A, B of C – onvoldoende heeft behaald, waarvan maximaal één 4 en geen cijfer lager dan 4, mits het gemiddelde 6,0 of hoger is.
  • voor de vakken Lichamelijke Opvoeding en CKV minimaal de kwalificatie “voldoende” heeft behaald.
  • voor geen van de onderdelen van het combinatiecijfer* een cijfer lager dan 4 heeft behaald.
  • gemiddeld een voldoende heeft behaald voor het centraal schriftelijk examen. Een kandidaat is gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,50.
  • ten hoogste één vijf als eindcijfer voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde A, B of C heeft behaald. Een leerling is gezakt als:
    a) er meer dan één vijf voor deze vakken wordt behaald;
    b) er een vier of lager voor één van deze vakken wordt behaald.
  • heeft deelgenomen aan de rekenvaardigheidstoets. Het resultaat wordt vermeld op de cijferlijst.

Bij de uitslagbepaling wordt het gemiddelde van de eindcijfers van de volgende onderdelen aangemerkt als het eindcijfer van één vak, het combinatiecijfer: maatschappijleer, levensbeschouwing en het profielwerkstuk.

 

DOORSTROMING

Opstroom VMBO-T/HAVO/atheneum binnen de eigen school (uitgezonderd 5 HAVO naar 5 atheneum en 4 VMBO-T naar 4 HAVO)

Deze doorstroming kan plaatsvinden:

  • tot uiterlijk meteen na de kerstvakantie
  • bij de overgang.

Het gemiddelde van de rapportpunten dient een 8 of hoger te zijn; geen der vakken van de rapportlijst mag onvoldoende zijn. De kandidaat-doorstromer en/of diens ouders richten een verzoek tot de mentor; deze bespreekt dit verzoek met de vakdocenten van zijn klas en neemt daarna contact op met de leerlingcoördinator. Om geen valse verwachtingen te wekken stelt de mentor zich neutraal op ten opzichte van het verzoek; het is ook mogelijk dat de mentor of een vakdocent(e) een potentiële doorstromer signaleert; de mentor polst dan de docenten van de betreffende leerling en neemt daarna contact op met de leerlingcoördinator. De teamleider brengt het verzoek, voorzien van een advies, ter bespreking in het eerstvolgende overleg van de schoolleiding. Dit advies zal, al of niet geamendeerd, worden voorgelegd aan de gezamenlijke vakdocenten. Deze nemen een beslissing, rekening houdende met:

  • aanleg
  • werkhouding
  • motivatie (studie en prestatie).

Een beslissing op het verzoek wordt zo spoedig mogelijk door de mentor ter kennis van de ouders gebracht.

Indien op het verzoek gunstig is beschikt, dienen de ouders een schriftelijke akkoordverklaring te overleggen, die aan de leerlingcoördinator ter hand wordt gesteld; ouders die niet akkoord wensen te gaan met de negatieve beslissing van de docentenvergadering, kunnen in beroep gaan bij de schoolleiding. Indien nieuwe argumenten worden ingebracht, is een herziening van visie en beslissing uiteraard mogelijk. Bij de doorstroming HAVO/Atheneum of ook VMBO-T/HAVO wordt, indien nodig, bijles verplicht.


NORMEN OPSTROOM, AFSTROOM EN KEUZE EXTRA VAK

Afstroom van VWO naar HAVO:

2 VWO naar HAVO:

Als een leerling niet bevorderd kan worden en niet wil of kan doubleren, bepaalt de rapportvergadering naar welk leerjaar en welke schoolsoort deze leerling moet doorstromen.

 

Opstroom naar een hogere leerlaag gedurende het schooljaar

Indien er een schriftelijk verzoek voor opstroom van de ouders komt, dan wordt dit besproken tijdens een leerlingbespreking/rapportvergadering. De overstap is mogelijk indien de leerling een rapport heeft met een voortschrijdend gemiddelde (afgerond op hele cijfers) van 8,0. De docentenvergadering geeft daarnaast een advies. Onder gelijke voorwaarden is de overstap ook mogelijk aan het einde van het schooljaar.


Extra vak 3 HAVO/VWO

De keuze van een extra vak op HAVO en VWO is mogelijk wanneer het gemiddelde van de afgeronde hele cijfers, inclusief het extra vak, bij het overgangsrapport een 7,0 is. Hierbij wordt gerekend met de vakken uit het profiel waarin de leerling in de derde klas les heeft gehad. In het profiel mag slechts één onvoldoende voorkomen, niet lager dan een 5. Bij het tweede rapport wordt door de docentenvergadering een advies gegeven. Indien een leerling een tweede extra vak in het vrije deel wil opnemen, dan dient de

docentenvergadering* daarvoor toestemming te verlenen. Het tweede vak is te volgen, maar wordt in principe niet ingeroosterd. De leerling maakt vervolgens afspraken met de teamleider. Doubleurs mogen alleen een extra vak kiezen indien zij toestemming van de docentenvergadering* krijgen. Leerlingen die doorstromen van T4 naar H4 of van H5 naar V5 mogen in principe geen extra vak kiezen.

*Helft +1


Doorstroming Gymnasium naar HAVO en Atheneum naar HAVO

Deze doorstroming vindt plaats uiterlijk bij de start van het nieuwe kalenderjaar of bij de overgang.

Doorstroming Gymnasium naar Atheneum in de Tweede Fase

Deze doorstroming kan het gehele jaar plaatsvinden, mits de leerling beschikt over een extra vak in het vrije deel.