| Geocentrisch | Met de aarde in het centrum |
| Heliocentrisch | Met de zon in het centrum |
| Aristoteles | Grieks filosoof (384-322 v. Chr.) Geocentrisch wereldbeeld: De aarde, het ondermaanse, wordt omgeven door de hemelse sferen, van binnen naar buiten: maan, mercurius, venus, zon, mars, jupiter, saturnus en de sterrensfeer. Deze sferen wentelen om de aarde en hebben een goddelijke natuur. |
| Ptolemaeus | Alexandrijns geleerde (100-170) Vernieuwt het geocentrische wereldbeeld. Hij verfijnt de theorie van Aristoteles van de cirkelbewegingen met kleine extra cirkelbewegingen (epicykels) om te corrigeren voor de afwijkingen in de waarnemingen. Zijn stelsel overleeft tot 1600. |
| Copernicus | Poolse geleerde (1473-1543) Introduceert het heliocentrisch wereldbeeld. Hij is op zoek naar een eenvoudiger stelsel dan het epicykel-systeem van Ptolemaeus. Hij slaagt daar niet echt in. |
| Galileï | Italiaanse geleerde (1564-1642) Zorgt voor de doorbraak van het heliocentrisch wereldbeeld. Door drie waarnemingen wordt hij overtuigd: 1. De kraters op de maan: de maan is niet goddelijk perfect 2. De manen van Jupiter (een zonnestelsel in het klein) 3. De schijngestalten van Venus (alleen te verklaren door omloop om de zon) |
| Kepler | Duits geleerde (1571-1630) Stelt op grond van de zeer nauwkeurige waarnemingen van de Deen Tycho Brahe zijn drie bewegingswetten van de planeten op. Evenals Ptolemaeus is hij wiskundige. Keplers theorie is de eerste sinds Ptolemaeus die de waarnemingen beter verklaart. Kepler beweert dat de planeten in ellipsbanen om de zon bewegen, met de zon in een van de brandpunten. |